Menu Sluiten

Regelgeving

EAV_ATEX_ALLEBEGINISMOEILIJK

Definitie ATEX

ATEX staat voor ATmosphères EXplosives. Onder een explosieve atmosfeer wordt verstaan:


Een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gassen, dampen, nevels en stof, onder atmosferische omstandigheden, waarin de verbranding zich na ontsteking uitbreidt tot het gehele niet verbrande mengsel.

EAV_LOGO_ATEX1
EAV_LOGO_ATEX

De ATEX 114, voorheen ATEX 95, is een CE richtlijn en wordt toegepast voor de fabricage van installaties en producten in EX omgevingen.

Daarnaast kennen we de ATEX 153, voorheen ATEX 137, deze richtlijn is van toepassing op de omgeving, de procedures, de instructies van medewerkers die in een EX omgeving werken. De sociale richtlijn. Een en ander wordt samengevat in een EVD, een Explosie Veiligheidsdocument.

Samen hebben deze twee richtlijnen tot doel om de veiligheid en gezondheid van werknemers in gebieden met explosiegevaar te waarborgen en draagt ATEX 114 bij tot het vrije handelsverkeer binnen de EU voor materieel en beveiligingssystemen die in deze gebieden worden gebruikt.

Oorzaak van een explosie

Een explosie kan ontstaan door de combinatie van drie elementen:

EAV_ATEX_DRIEHOEK
  • Zuurstof
  • Ontstekingsbron
  • Brandstof

Een stof is brandbaar als er een brandbaar gas, nevel of damp uit kan ontstaan.
Brandbaar stof is fijn verdeelde stof die door een op werveling in lucht een ontplofbaar mengsel kan vormen.
Brandbare vloeistof kan onder bepaalde omstandigheden een brandbaar gas, damp of nevel opleveren.
Brandbare nevel bestaat uit druppeltjes brandbare vloeistof dat zodanig in de lucht verdeeld is dat het een brandbaar mengsel vormt.

Classificatie van de gas zones:

Zone 0

Zone 0 is een zone waar een explosief mengsel onder normale omstandigheden continu aanwezig is.
Voorbeeld:  Binnenkant van reservoirs, reactor,….

Zone 1

Zone 1 is een zone waar een explosief mengsel onder normale omstandigheden regelmatig aanwezig kan zijn.
Voorbeeld:

  • Open afvoergoten
  • Veiligheidsventielen
  • Staalname punten
  • Laadarmen

Zone 2

Zone 2 is een zone waar een explosief mengsel onder normale omstandigheden niet aanwezig is.

  • Lekken door pomp pakkingen
  • Lekken in dichtingen
  • Lekken aan ventielen

Classificatie van de stof zones:

Zone 20

Een bereik/gebied met een explosiegevaarlijke atmosfeer in de vorm van een wolk brandbaar stoffen in de lucht die langdurig of vaak aanwezig is.

Zone 21

Bereiken/gebieden, waarbij er rekening mee gehouden dient te worden dat een explosiegevaarlijke atmosfeer in de vorm van een wolk brandbaar stof in de lucht bij normale bedrijfsomstandigheden bij gelegenheid optreedt.

Zone 22

Bereiken/gebieden waarbij er, in normale omstandigheden, geen rekening gehouden dient te worden met een explosiegevaarlijke atmosfeer in de vorm van een wolk brandbaar stof in lucht, maar indien deze zich toch voordoen dan alleen kortstondig. Lagen, neerslag en ophopingen van brandbaar stof m.u.v. reservoirs dienen te worden vermeden.

Toegepaste beschermingswijze tegen ontsteking

  • Ex “d” – drukvast omhulsel (EN 60079-1)
    Een drukvast omhulsel mag onderdelen bevatten die bij normaal gebruik, door middel van vonken, lichtbogen of hoge temperaturen, een explosief gasmengsel zouden kunnen ontsteken.
    Een drukvast omhulsel is ademend en het explosieve gasmengsel kan dus ook in het drukvaste omhulsel aanwezig zijn. De constructie is echter zodanig dat een eventuele explosie binnen het omhulsel zich niet naar de buiten liggende atmosfeer kan voortplanten; de kortstondig optredende explosiedruk kan worden opgevangen en de opgebouwde explosiedruk wordt via de pasvlakken afgevoerd. De vlam koelt daarbij af tot onder de ontstekingstemperatuur van het omringende gas.
  • Ex “e” – erhöhte – verhoogde veiligheid (EN 60079-7)
    Elektrisch materiaal dat is geconstrueerd volgens de beschermingswijze Ex e mag geen onderdelen bevatten die bij normaal gebruik een explosief gasmengsel zouden kunnen ontsteken.
    Het explosieve gasmengsel wordt geacht in het elektrisch materiaal te kunnen binnendringen. Ex e is daarmee een beschermingswijze die alleen mogelijk is bij normaal niet-vonkend materieel.
  • Ex “i” – intrinsieke veiligheid (EN 60079-11)
    Om een stroomkring intrinsiek veilig te mogen noemen, moet de energie-inhoud van de stroomkring zodanig begrensd worden dat vonken of thermische effecten niet kunnen leiden tot ontsteking van een explosief gasmengsel. De energiebegrenzing van intrinsiek veilige circuits wordt gerealiseerd door begrenzing van zowel spanning (U) als stroom (I).
    De constructie-eisen voor de begrenzing van de energie gelden zowel voor de intrinsiek veilige stroomkring zelf, als voor de kabels en bijbehorende componenten die buiten het gevaarlijke gebied zijn geplaatst omdat hier parasitaire capaciteiten (C) en zelfinducties (L) van bijvoorbeeld lange leidingen een rol kunnen gaan spelen.
  • Ex “p” – pressurization – inwendige overdruk (EN 60079-2)
    Een omhulsel met inwendige overdruk mag theoretisch onderdelen bevatten die bij normaal gebruik, door middel van vonken, lichtbogen of hoge temperaturen, een explosief gasmengsel zouden kunnen ontsteken. In de praktijk geldt dit alleen voor Ex px (zone 1) en Ex pz (zone 2) geclassificeerde uitvoeringen.
    De eventueel omringende explosieve gasatmosfeer kan bij Ex p niet in het omhulsel binnendringen omdat dit door middel van een beschermgas onder overdruk wordt gehouden. Het beschermgas kan een inert gas of schone droge instrumentlucht zijn. De beschermingswijze is onafhankelijk van de gasgroep.